U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

 

Droogkeeltje

 

Ontwerp: W. Gruisinga

Bouw: W. Gruisinga

Bouwjaren: 1994-1999

Lengte: 10,75 m

Breedte: 3,40 m

Diepgang: 1,50 m

Gewicht: 6 ton

Heel veel hout

De romp en opbouw zijn transparant gelakt zodat de mooie kleur van het mahonie zichtbaar is gebleven. Dit levert een boot met een warme uitstraling op, hoewel sommige mensen vanaf afstand de kleur niet helemaal kunnen plaatsen "Je boot is wel erg roestig hè"......."Pardon?!"

Ook binnen is veel hout zichtbaar, waardoor de kajuit aan een gezellig oud café doet denken.

Degelijk

De romp van Droogkeeltje bestaat uit een basis van latten op gebogen spanten met daarover stroken okoume- en mahoniefineer die kruislings op elkaar gelijmd zijn met epoxy. Epoxy dringt gedeeltelijk tussen de houtvezels waardoor een sterk composiet materiaal ontstaat. Aan de binnenkant zijn de gebogen spanten bogen mooi te zien. De kiel is stevig bevestigd aan de romp met een dubbele rij bouten door forse wrangen die dwars op de kielbalk liggen.

 

Bijzonder roer

Bij de meeste zeilboten moet je bij achteruit varen het roer stevig vasthouden om te voorkomen dat het uit je vingers klapt en de boot plotseling een kant op stuurt waar je niet heen wilt. Het roer van Droogkeeltje kan 360 graden draaien, waardoor achteruit varen een stuk relaxter kan.

Foto's van de bouw

Eerdere boten en uitleg van de naam

W. Gruisinga werkte als wetenschappelijk medewerker bij de TH Twente en was betrokken bij D.Z. Euros, de studentenzeilvereniging. Tijdens een van de evenementen had hij met een boot gezeild die hem wel beviel, maar toen hij een dergelijke boot wilde kopen, was er geen op de markt. Hij besloot toen de boot die hij voor ogen had zelf maar te bouwen.

Hij paste het rompontwerp van de FD iets aan en liet dit plakken. Hier bouwde hij zelf een houten dek op, waarvoor hij ruimte had gekregen in de kelder van de TH. Het resultaat was er in 1967: een open kielboot van 6 meter met de naam Droogkeeltje, naar het personage gespeeld door Piet Köhler uit de operette De Boemelbaron. Gruisinga had deze operette in zijn jeugd gezien en vond het een toepasselijke naam vanwege de droge keel die hij tijdens de bouw door het schuurstof had gekregen. Ook lust hij zelf graag een glaasje, net als het personage van Piet Köhler.

Professor Draijer was ondertussen bezig met een bootontwerp dat de studenten van Euros zelf zouden kunnen bouwen. Het eerste exemplaar, de Michiel, werd rond dezelfde tijd als Droogkeeltje I afgebouwd, in dezelfde kelder.

Droogkeeltje werd al gauw  toch wat klein voor een gezin met 2 kinderen, dus besloot hij een opvolger te bouwen. Daarvoor was geld nodig, dus hij verkocht Droogkeeltje I aan mijn vader, die destijds student was aan de TH. Mijn ouders hebben vervolgens jarenlang door Friesland gezeild met Droogkeeltje, tot ook zij vonden dat het tijd werd voor een grotere boot.

 

Van 1972 tot 1977 heeft Gruisinga aan Droogkeeltje II gebouwd, een kajuitboot van bijna 9 meter en overnaads gebouwde romp. Hiermee heeft hij zo'n 15 jaar gevaren voordat hij besloot toch nog een grotere boot te willen bouwen die stabieler op de golven zou liggen. Droogkeeltje II werd verkocht en van 1994 tot 1999 bouwde hij aan zijn derde boot. Hij wilde hem echter niet Droogkeeltje III noemen "want dat staat zo poenerig"

Dus werd hij Droogkeeltje gedoopt, zonder toevoeging. Met deze boot heeft hij met zijn familie nog veel mooie tochten gemaakt, vaak samen opvarend met mijn ouders. In 2015 hebben hij en zijn vrouw op 82 jarige leeftijd besloten ermee te stoppen en de boot te koop te zetten.

Ze zijn blij dat de boot door mijn aankoop 'een beetje in de familie' is gebleven. Droogkeeltje I is inmiddels van zijn dochter, van nummer II weten we helaas niet waar die is gebleven.

 

 

Familie Gruisinga met Droogkeeltje (I) in 1968

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik zelf met vrienden met Droogkeeltje (I) in 2007

 

 

 

 

 

 

 

 

Droogkeeltje II